Shan Hou

Dit gaat over een  stukje uit de documentaire van Fiona Tan: ‘dat u in interessante tijden moge leven’, 1979. Zij komt in haar zoektocht naar haar ‘roots’ terecht in Shan Hou, een Chinees dorp waar al eeuwen lang de familie Tan vandaan komt. Tan is een nogal veel voorkomende naam, dus mijn vraag is en blijft: komen onze voorvaderen daar vandaan.  De documentaire van Fiona Tan is het enige dat wij nu hebben.

In een interview uit 1999 zegt Fiona Tan hier zelf over:
‘Het merendeel van haar naamgenoten (Tan) woont in Shan Hou, letterlijk: ‘Achter de Berg’, in de binnenlanden van Zuid China. Daar staat een vierhonderd jaar oude tempel, gewijd aan de Tan’s. Iedereen in Shan Hou heet Tan, maar Fiona lijkt niet op hen en heeft trouwens ook een tolk nodig om zich verstaanbaar te maken. De ontvangst in dit oord van verre voorouders, vastgelegd in de documentaire Dat u in interessante tijden moge leven, is het hoogtepunt van haar zoektocht naar het wezen van Chinezen in den vreemde: mensen zoals zij. Tan is het kind van een Chinees-Indonesische vader en een Schots-Australische moeder. In Shan Hou wordt ze als verloren dochter omarmd. Wijze mannen openen een imposant boek en leggen hun stamboom uit – eeuwen in karakters geschilderd.’
(Uit: mijn tong is niet mijn beste vriend over Fiona Tan, geschreven door Wilma Sütö, Vk 15 april 1999)

Over de auteursrechten van de documentaire. Ik heb in het verleden en ook nu weer geprobeerd contact te krijgen met Fiona Tan, maar zij heeft mij nooit geantwoord. Ik ga er maar van uit dat zij geen bezwaar heeft tegen het tonen van een heel klein stukje uit haar documentaire van anderhalf uur die een paar jaar geleden is uitgezonden door de VPRO. Hopelijk is daar nog een link te vinden naar de gehele documentaire. Overigens wordt ook op You Tube geen enkele verwijzing naar auteursrechten gemaakt bij dit kleine stukje.

Hier dan het stuk over Shan Hou (4 minuten)

Nou heb ik Steve Haryono gevraagd wat hij ervan vindt. En dit is wat hij als deskundige zegt:
‘Moeilijk te zeggen. Zo veel Tan, en zo veel Tan’s dorpen ook. Dus het is zeker niet vast dat het jouw Tan is’.

Hiermee boort hij wel weer alle hoop dat we een stap verder zouden zijn gekomen, de grond in…

Maar we geven niet op
Nou heeft Bing gelukkig nog een vriend die het karakter van Tan in moderne typeletters kan schrijven. Zouden we hier niet verder mee kunnen komen?

 

 

nog meer over de familie Oei

De broer van op Tan Ban Bie (Tan Ban Siang) is getrouwd met Ong Tian Nio En een van hun dochters is getrouwd met een Oei. Zo zijn we dus aan elkaar verwant geraakt. Vroeger kwamen de kinderen Oei vaak bij ons logeren of op bezoek. Hun broer Wil woonde in Maastricht en bij zijn gezin kwamen wij ook.

Nu na zoveel jaren heb ik Wil gebeld om te vragen of hij nog iets weet over de afkomst van zijn schoonfamilie. Hij wist nix meer over hen, maar hij vertelde over de afkomst van de familie Oei.

De vader van Tan Ban Siang had in China een bedrijf dat zeewaardige (houten) boten maakte: jonks. De naam van het bedrijf heb ik niet goed begrepen, iets van Congsie San Bie???Hij had drie zonen, die alledrie een jonk kregen. De jongste zoon voelde zich een echte ontdekkingsreiziger en voer met zijn jonk naar Indië waar hij kennis maakte met de familie Ong. Een van hun dochters (die dus Oei heten) trouwde met Tan Tjiat Nio

Wil veronderstelde dat zijn jongere broer Otto (wij kenden hem als Lok, wat wij erg leuk vonden omdat onze oudste zus immers ook Lok heet), zich meer met de familie afkomst had bezig gehouden.

Nou heb ik Otto net gebeld. Hij verwijst naar zijn zus Trees. Hij gaat contact leggen via zoon Anton. Ben erg benieuwd wat we te weten komen!

ooievaartje van ma Ans definitief

Helaas helaas, ook het Florence Nightingale instituut weet nix over het ooievaartje van ma Ans.

Deze mail ontvingen we:

We hebben uw mail in goede orde ontvangen, waarvoor dank. U heeft een mooie pagina over uw moeder gemaakt, complimenten. Wat uw vraag betreft, kan ik u melden dat wij inderdaad regelmatig insignes ontvangen van overleden verplegers en verpleegsters. In alle gevallen staat daar dan bij van wie het insigne ooit geweest is. Meestal schrijft de familie de namen erbij, soms de notaris als er geen familie meer is. In het geval van uw moeder denk ik niet dat wij het insigne hebben ontvangen. Wij bestonden als Stichting in 1993 alleen nog op papier en hadden geen bekendheid als het ging om objecten verzamelen. Dat is pas sinds 2002 het geval. Ik vermoed dat u het insigne veel eerder dan 2002 opgestuurd heeft, dus dan is het niet naar ons geweest. Wij kunnen u dus helaas niet helpen.

Veel succes met uw zoektocht en mochten wij nog iets van uw moeder tegenkomen, dan zal ik u zeker informeren.

Met vriendelijke groet,

Nannie Wiegman
Directeur FNI.nl

Het zal ons niet gauw meer overkomen dat we iets ongedocumenteerd wegsturen……..Toch raar dat de organisatie naar wie ik het insigne heb opgestuurd daar nooit op gereageerd heeft!

Voor het Florence Nightingale instituut was er het Nationaal Museum voor de Verpleging en Verzorging (Het Witte Huis), Stationstraat 27, Zetten, tel 0488-473390, www.nmvv.nl. Daar zal ik het naar toe hebben gestuurd. Dit instituut is opgegaan in het Florence en bestaat nu helemaal niet meer (site werkt niet, telefoonnummer niet en adres is nu van een woonhuis). Tsja en ergens in de overgang hebben ze het ooievaartje van ma Ans kwijt gespeeld………..

De site van het Florence Nightingale Instituut biedt erg veel informatie over de verpleging vanaf het prille begin. Leuk om even rond te neuzen.

Op 26 november ontvingen we nog deze mail van de directeur van het Florence Nightingale instituut als antwoord op een paar nieuwe vragen. De antwoorden spreken voor zich:
-Gediplomeerden worden vanaf ca. 1995 in het BIG register ingeschreven, daarvoor in registers, die bijgehouden werden door de overheid.
-Het maken van zo’n nummerregistratie is veel werk. Wij zijn een niet-gesubsidieerde instelling en moeten dus prioriteiten stellen. Dit heeft nu niet de hoogste prioriteit.
-dat varieert. Meestal alleen een nummer, bijvoorbeeld 156856. Dus dat betreft dan het insigne van de 156856 ste geregistreerde verpleegster sinds 1921. Ook staat de maker van de insignes erop, de Koninklijke Begeer.
De afgelopen eeuw zijn er honderd duizenden verpleegsters geweest, die hun insigne hebben moeten terugsturen naar de overheid. Niet iedereen deed dat. Daarom kun je nog steeds insignes via marktplaats aangeboden zien. Mogelijk heeft de organisatie waar u het naar toe heeft gestuurd niet altijd een reactie teruggestuurd, dat zou onmogelijk geweest zijn gezien de hoeveelheid. Het was immers verplicht om het insigne terug te sturen, dus dat moet om enorme hoeveelheden zijn gegaan. Ze zouden dat vast wel gedaan hebben als u er specifiek om gevraagd zou hebben. Als wij nu insignes toegestuurd krijgen en we weten wie de schenker is, sturen wij altijd een schenkingsformulier en een pakje historische kaarten om het ook netjes af te ronden.

Ooievaartje van ma Ans

Beetje laat, maar toch aan het proberen te achterhalen waar ma Ans haar opleiding tot verpleegkundige met aantekening voor kraamverpleging (het ooievaartje) heeft gevolgd. Het ooievaartje is een speld die de verpleegkundige mocht dragen als ze haar aantekening had gehaald. In die tijd heel bijzonder. Het ooievaartje heb ik na de dood van ma Ans teruggestuurd, want dat moest, zo had ik gelezen. Er stond ook een registratienummer op.

Nu blijkt dat dat ooievaartje spoorloos is verdwenen. Raar toch.

Ik herinner me nog hoe dat insigne eruit zag: een groen kruis en een ooievaartje. Ik heb het altijd wel een mooi ding gevonden.

Nou ja, geen groen kruis, maar wel die groene letters eromheen. Het lijkt wel veelbelovend dat het insigne uit de collectie komt van het Florence Nightingale instituut.

Op 20 oktober ontvingen wij van de Stichting Historisch Verpleegkundig Bezit (SHVB) dit antwoord op onze mail met verzoek om informatie:

‘Voor het vinden van het registratienummer en meer informatie verwijs ik u naar V&VN. Dat is de beroepsvereniging van verpleegkundigen en verzorgenden.
Inmiddels heb ik uw webpagina bekeken, hartelijk dank dat u doorverwijst naar de website van SHVB.
In de collectie bevindt zich, naast de vele objecten, ook informatie over de geschiedenis van de opleiding.
Als u meer informatie heeft gekregen van V&VN over de tijd waarin uw moeder haar opleiding deed, kunnen wij gericht voor u zoeken.
U bent uiteraard van harte welkom om de collectie van SHVB te bezichtigen.
SHVB is geopend iedere 2e woensdag en 4e dinsdag van de maand, van 11.00 – 14.00 uur.

Met vriendelijke groet,
Jolieke Schroot, secretaris Stichting Historisch Verpleegkundig Bezit.’

We gaan verder met een mail naar de V&VN (beroepsvereniging van verpleegkundigen en verzorgenden). Hun antwoord op 7 november 2017:

‘Allereerst excuses voor de late beantwoording van uw vraag.
Wij hebben helaas geen gegevens van wie waar een opleiding heeft gevolgd.
Wellicht kunt u deze gegevens bij het DUO navragen.  Bij ons zijn deze gegevens niet bekend.
Weet u nog waar u haar insigne naar toegestuurd heeft? Wellicht kan het Florence Nightingale Instituut u verder helpen?
Misschien is het voor u nog te achterhalen waar uw moeder gewerkt heeft. Deze werkgevers zouden u misschien ook kunnen helpen met meer informatie.

Ik wens u veel succes toe met de zoektocht en hoop dat u antwoorden krijgt op uw vragen.

Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
Churchilllaan 11, 3527 GV, Utrecht
Postbus 8212, 3503 RE, Utrecht
T. (030) 291 90 50′

Dat Florence Nightingale Instituut klinkt wel goed. Ook daar een  mail naar toe gestuurd zonder succes. Lees hun antwoord maar. Het DUO ken ik alleen als een organisatie die zich met studenten bezighoudt, nog niet zo oud ook. Maar dat is niet geheel terecht. Ze hebben ook een aparte afdeling :

Afdeling Diploma-erkenning en legalisatie
U kunt bij de afdeling diploma-erkenning en legalisatie terecht voor informatie over:
beroepserkenning;
onderwijsberoepen;
beroepen in de kinderopvang;
het gebruik en de legalisatie van een Nederlands diploma in het buitenland.
Telefoon: (050) 599 80 36
Openingstijden: maandag tot en met vrijdag van 10.00 tot 16.00 uur
E-mail: ks.dw@duo.nl.
Daar ook maar eens een mail naar toe gestuurd.

En dit is het antwoord van de afdeling Diploma-uitereiking op 27 november 2017:
Hartelijk dank voor jullie e-mail. Helaas hebben wij hier geen gegevens van. Ook wanneer ik zelf op ondezoek uit ga, kom ik terecht bij het V&VN. Maar via de website begreep ik dat jullie hier al contact mee hebben gehad.
Ik wens jullie ontzettend veel succes met jullie zoektocht.

Eigenlijk vind ik dit onvoldoende. Het was een registratie van de overheid. De plicht tot terugsturen was ook door de overheid ingesteld. En dan zijn nu duizenden ooievaartjes spoorloos verdwenen???

DUO voegt er op de 28e nog aan toeEen lastige situatie inderdaad. Het A-diploma is destijds uitgegeven door het
ministerie van Volksgezondheid en niet door het ministerie van Onderwijs.
Wellicht zou u daar verdere informatie kunnen inwinnen.

Nou dat gaan we dan maar doen!

overgrootvader Tan

Tan Kie Djwan kwam uit China. Hij kreeg twee zonen en een dochter. Over de dochter is helemaal nix meer bekend.

Tan Ban Bie werd onze grootvader en van hem weten we wel het een en ander, maar over zijn broer Tan Ban Siang nauwelijks iets. Maar is dat wel waar?
We hebben al eerder iets gezegd over de kinderen van Tan Ban Siang over de pagina: Leven in Indië

Om deze tekst gaat het:

Tan Ban Siang kreeg zes kinderen, vijf meisjes en een jongen die de generatienaam Kian kreeg: Tan Kian Tjiang (man rechts op de foto uit 1974) die in 1960 naar Formosa is geëmigreerd).  De tweede dochter van Tan Ban Siang (Tan Tjiat Nio) trouwde met  Oei Khoen Hian. Zo is onze relatie met de familie Oei tot stand gekomen. 

Afbeelding
Vanaf rechts Tan Kian Tjiang, mevrouw Oei Khoen Hian, Oei Thian Hok, Tioe Gwat Lioe, 1974.

Mevrouw Oei Khoen Hian, betekent de vrouw van. Zij heet Tan Tjiat Nio en is een van  de dochters van Tan Ban Siang. Zij is de moeder van o.a. Hok en Liang/Wil en Lok/Otto. Via die lijn zouden we toch nog wel iets te weten moeten kunnen komen en anders misschien toch nog via Huihan Lie en zijn My China roots bedrijf.

Ik ga erachteraan!

oratie zoon van dé dokter Tan

Gisteren heeft Bing zijn oratie uitgesproken aan de universiteit van Maastricht. Hij is weer ‘pulang kampong’. Daar is hij niet dr Tan maar de zoon van dé dokter Tan.

Het is mooi om te horen dat de rode draad in het leven van Bing steeds duidelijker is te zien. Zijn grote respect voor de kwaliteit van het leven tussen de vaste uiteinden: de geboorte en de dood.

Mooi om te horen hoe hij grenzen heeft overschreden; hoe hij dat niet alleen met vasthoudendheid maar ook met zoveel anderen samen deed en doet.

Hij heeft kansen gekregen en ook gebruikt, vaak ook met hulp. Zonder zijn moeder was er van zijn schoolcarrière niet veel terecht gekomen en een groot talent in de kiem gesmoord. Al eerder werd de grote betrokkenheid van pa Hong bij zijn patiënten gememoreerd. Bing kreeg dat dus met de paplepel ingegoten.

Zijn oratie is niet alleen een pleidooi om grenzen te slechten, maar ook om patiënten als mensen te blijven zien, met wie je samen bepaalt hoe lang er behandeld wordt en wanneer het tijd is om afscheid te nemen.

De oratie is te vinden op de mediasite van de universiteit van Maastricht en ook via onderstaande afbeelding.

Lou Quaden, mediasite universiteit Maastricht heeft ervoor gezorgd dat de oratie nu eeuwig op de site kan blijven staan.

Dank Lou Quaden voor deze snelle actie!

handtekening pa Hong

Altijd weer zo herkenbaar die handtekening van pa Hong. Nooit meer veranderd. Wanneer zou hij die nou aangeleerd hebben?

Deze heeft hij gezet bij het kraambezoek aan Tjoe Lan `lim-Ko in Oegstgeest. In welk jaar ook weer, Tjoe Lan?
En natuurlijk een snel antwoord: geboren: 23 september 1935.

kraamvisite pa Hong na geboorte Tjoe Lan Lim-Ko

Voor de duidelijkheid: pa Hong staat in de linker rij, zesde van boven.

Peranakans tussen drie werelden

Dat is interessant met terugwerkende kracht. Met Kerstmis 1990 gaven we aan pa Hong het boek van Leonard Blussé: Tribuut aan China: vier eeuwen Nederlands-Chinese betrekkingen,
Het raakte me te zien dat pa Hong het boek ook echt gelezen heeft. Hij heeft allerlei dingen onderstreept. We hebben het er helaas nooit over gehad.
De paragraaf die gaat over ‘de peranakans tussen drie werelden‘ is voor de geschiedenis van pa Hong met name interessant. Deze gaat nl. over de tijd van pa Hong zelf, over mensen die hij in Leiden kende uit de Chung Hwa Hui. Pa Hong vond dit zelf ook, gezien de vele onderstrepingen.
Een vraagteken staat bijvoorbeeld bij de zin waarin staat dat Tjan Tjoe Som……..’verkiezing tot voorzitter van de Chinese Studentenbond, de Chung Hwa Hui’.  Horen de vraagtekens bij de naam: studentenbond, terwijl het een vereniging was of bij de term voorzitter, waar altijd gesproken wordt over president. Of bij de naam Tjan Tjoe Som, die in 1945/1946 voorzitter/president was, dus na de tijd van pa Hong, maar pa Hong kende hem wel, alsook zijn broer. Jammer genoeg zullen we het nooit weten.

Het boek van Blussé is de moeite waard, zeker ook de pagina’s 172 – 175 leren ons weer meer over het leven van pa Hong in Leiden. Er komen weer heel wat onderstreepte namen in voor. Misschien zijn deze mensen wel bij anderen bekend

Hopelijk vindt Blussé het goed dat ik deze vier pagina’s uit zijn boek heb gescand.

Leonard Blussé, 1989.

Pa Hong kwam op 20-jarige leeftijd naar Leiden om daar medicijnen te studeren. Hij verliet huis en haard in Indië. Hij overleed in 1998 (91 jr oud). Wat kunnen wij – zo lang na zijn dood – nog te weten komen over hem?