Categoriearchief: achtergrond informatie

voorvaderlijke tempel in Guangzhou

Dankzij Xi, de vrouw van onze neef Enghwa weten we dat in de plaats Guangzhou (in het westen beter bekend als Kanton) een voorvaderlijke tempel staat van onze familielijn. De Tan/Chen/Chan temple. Volgens Xi komt ons karakter Tan komt overeen met het Chen/Chan van de tempel. Een van onze voorvaderen (dus niet de stamvader) heeft de tempel laten bouwen. Guangzhou is de hoofdstad van de provincie Guangdong en heeft bijna 14 miljoen inwoners. Toch even iets anders dan het dorp Shan Hou van Fiona Tan.

‘Onze’ tempel is een toeristische attractie. Er zijn ook veel filmpjes te vinden op internet. Ik heb er eentje van Costitravel uit 2014 uit gekozen die laat zien hoe de tempel eruit ziet.

Hier volgt een deel van de beschrijving van de tempel:
‘In deze herdenkingstempel brachten vroeger leden van de Chen-clan offers aan hun voorvaderen en hielden zij clan activiteiten. In het klassieke China waren voorvaderen en afstammelingen op elkaar aangewezen: de deugdzaamheid van een vroegere generatie leverde voorbeelden en een goede reputatie voor latere generaties. De voorvaderen moesten in ere worden gehouden. Vooral in Zuid-China was het gebruikelijk om stenen tabletten, met daarin gegraveerd de namen van gerespecteerde clanleden gegraveerd, op altaren in een tempel te plaatsen. Bij speciale gelegenheden en festivals werden herdenkingsceremonieën gehouden. De tempel van de Chen-clan diende ook als school voor jonge clanleden. De tempel is gebouwd tussen 1890-1895 met fondsen van de clan. met het verval van de Chen [??: at] werd de tempel verwaarloosd totdat de regering in 1958 een grote som geld uittrok voor renovatie. Tijdens de Culturele Revolutie heeft het leger hier zijn bivak opgeslagen, als gevolg waarvan de tempel weinig te lijden heeft gehad van deze periode. …De tempel is gebouwd in de traditionele  stijl rond een binnenplaats en is een prachtig voorbeeld van laat 19e eeuwse architectuur. Hert complex beslaat een gebied van 10.000 m2 en bestaat uit negen zalen en zes binnenplaatsen die door drie gangen met elkaar verbonden zijn. De belangrijkste gebouwen liggen langs een centrale as en omvatten de toegangspoort, een scherm direct achter de poort om kwade geesten te weren en een hoofdzaal waarvoor zich een terras bevindt. Aan beide zijden van deze zaal zijn gangen die naar de zijkanten leiden. Hierdoor lijken de binnenplaatsen groot en creëren zij een gevoel van ruimte. Alle gebouwen zijn gesierd met kunstzinnig gegraveerde stenen, kleisculpturen en ijzerwerk. Vooral de figuren op de geglazuurde daktegelranden zijn fraai. ‘ 
uit: China: handboek voor reizigers van Harry Floor en Kees van Galen, 1990:179.

Student worden 1931

voorkant boekje
Titelpagina
De alom bekende handtekening van pa Hong

Pa Hong bezat in zijn studententijd dit boekje ‘Student worden’, uitgegeven in 1931.
Voorin het boekje staat zijn naam met de datum: juni 1937.
Het boekje gaat over wat studenten moeten weten over studeren en hun studiehouding als zij in Leiden met hun studie beginnen. Het boekje was zijn tijd ver vooruit omdat ook wordt ingegaan op de relatie tussen wetenschap en maatschappij. Een hoofdstuk gaat zelfs volledig over meisjesstudenten.
Bijzonder aan het boekje is ook het voorwoord van de Leidse hoogleraar rechtswetenschap Cornelis van Vollenhoven, in 1916/17 Rector Magnificus van de universiteit.
Van Vollenhoven was vooral bekend om zijn werken over de adat-rechtssystemen van het toenmalige Nederlands-Indië.
In 1978 is aan de Universiteit Leiden het Van Vollenhoven Instituut opgericht waar onderzoek wordt gedaan naar recht in ontwikkelingslanden.

Bij een tweede afscheid van zijn werk heeft Frans (partner Anki) op suggestie van Anki het boekje aangeboden aan de huidige Rector Magnificus Carel Stolker.
Deze was, zelf ook rechtswetenschapper, zeer verguld met het boekje en beloofde dit op te nemen in de ‘bibliotheek van de Rectores Magnifici’, zodat ook toekomstige rectores hiervan kennis kunnen nemen.

Is dat nou geen mooie bestemming voor een stukje van de nalatenschap van pa Hong.

Shan Hou

Dit gaat over een  stukje uit de documentaire van Fiona Tan: ‘dat u in interessante tijden moge leven’, 1979. Zij komt in haar zoektocht naar haar ‘roots’ terecht in Shan Hou, een Chinees dorp waar al eeuwen lang de familie Tan vandaan komt. Tan is een nogal veel voorkomende naam, dus mijn vraag is en blijft: komen onze voorvaderen daar vandaan.  De documentaire van Fiona Tan is het enige dat wij nu hebben.

In een interview uit 1999 zegt Fiona Tan hier zelf over:
‘Het merendeel van haar naamgenoten (Tan) woont in Shan Hou, letterlijk: ‘Achter de Berg’, in de binnenlanden van Zuid China. Daar staat een vierhonderd jaar oude tempel, gewijd aan de Tan’s. Iedereen in Shan Hou heet Tan, maar Fiona lijkt niet op hen en heeft trouwens ook een tolk nodig om zich verstaanbaar te maken. De ontvangst in dit oord van verre voorouders, vastgelegd in de documentaire Dat u in interessante tijden moge leven, is het hoogtepunt van haar zoektocht naar het wezen van Chinezen in den vreemde: mensen zoals zij. Tan is het kind van een Chinees-Indonesische vader en een Schots-Australische moeder. In Shan Hou wordt ze als verloren dochter omarmd. Wijze mannen openen een imposant boek en leggen hun stamboom uit – eeuwen in karakters geschilderd.’
(Uit: mijn tong is niet mijn beste vriend over Fiona Tan, geschreven door Wilma Sütö, Vk 15 april 1999)

Over de auteursrechten van de documentaire. Ik heb in het verleden en ook nu weer geprobeerd contact te krijgen met Fiona Tan, maar zij heeft mij nooit geantwoord. Ik ga er maar van uit dat zij geen bezwaar heeft tegen het tonen van een heel klein stukje uit haar documentaire van anderhalf uur die een paar jaar geleden is uitgezonden door de VPRO. Hopelijk is daar nog een link te vinden naar de gehele documentaire. Overigens wordt ook op You Tube geen enkele verwijzing naar auteursrechten gemaakt bij dit kleine stukje.

Hier dan het stuk over Shan Hou (4 minuten)

Nou heb ik Steve Haryono gevraagd wat hij ervan vindt. En dit is wat hij als deskundige zegt:
‘Moeilijk te zeggen. Zo veel Tan, en zo veel Tan’s dorpen ook. Dus het is zeker niet vast dat het jouw Tan is’.

Hiermee boort hij wel weer alle hoop dat we een stap verder zouden zijn gekomen, de grond in…

Maar we geven niet op
Nou heeft Bing gelukkig nog een vriend die het karakter van Tan in moderne typeletters kan schrijven. Zouden we hier niet verder mee kunnen komen?

 

 

Peranakans tussen drie werelden

Dat is interessant met terugwerkende kracht. Met Kerstmis 1990 gaven we aan pa Hong het boek van Leonard Blussé: Tribuut aan China: vier eeuwen Nederlands-Chinese betrekkingen,
Het raakte me te zien dat pa Hong het boek ook echt gelezen heeft. Hij heeft allerlei dingen onderstreept. We hebben het er helaas nooit over gehad.
De paragraaf die gaat over ‘de peranakans tussen drie werelden‘ is voor de geschiedenis van pa Hong met name interessant. Deze gaat nl. over de tijd van pa Hong zelf, over mensen die hij in Leiden kende uit de Chung Hwa Hui. Pa Hong vond dit zelf ook, gezien de vele onderstrepingen.
Een vraagteken staat bijvoorbeeld bij de zin waarin staat dat Tjan Tjoe Som……..’verkiezing tot voorzitter van de Chinese Studentenbond, de Chung Hwa Hui’.  Horen de vraagtekens bij de naam: studentenbond, terwijl het een vereniging was of bij de term voorzitter, waar altijd gesproken wordt over president. Of bij de naam Tjan Tjoe Som, die in 1945/1946 voorzitter/president was, dus na de tijd van pa Hong, maar pa Hong kende hem wel, alsook zijn broer. Jammer genoeg zullen we het nooit weten.

Het boek van Blussé is de moeite waard, zeker ook de pagina’s 172 – 175 leren ons weer meer over het leven van pa Hong in Leiden. Er komen weer heel wat onderstreepte namen in voor. Misschien zijn deze mensen wel bij anderen bekend

Hopelijk vindt Blussé het goed dat ik deze vier pagina’s uit zijn boek heb gescand.

Leonard Blussé, 1989.

Onafhankelijkheid Indonesië in fasen

Wij denken nu te begrijpen hoe het zat met  de nationaliteit van pa Hong, vrouw en kinderen.
De onafhankelijkheid van Indonesië werd dan wel op 27 december 1949 door Nederland erkend: ‘Indonesië werd een onafhankelijk land binnen het Nederlandse koninkrijk, maar dit stelde in de praktijk niets voor’.
We veronderstellen dat het ‘nix voorstellen’ te maken had met de Nederlandse opstelling, wat doorklinkt in de IND-gegevens van pa Hong: ‘behorende tot groep C – Nederlands onderdanen behorende tot de inheemse bevolking van Indonesië.
Hoezo onafhankelijk land Indonesië? Volgens dezelfde IND-gegevens van Pa Hong ‘verwerpt [hij] de Indonesische nationaliteit’.

Onafhankelijk land, Indonesische nationaliteit, Nederlands onderdaan. Alles tegelijkertijd.

Wat een verwarrende tijden moeten het zijn geweest..
Als we nog een beloofde reactie van de IND hebben ontvangen  en hopelijk een antwoord op onze laatste vragen aan professor De Groot, zullen we de tekst definitief maken

Hieronder volgen nog enkele bronnen waaruit we hebben geput.

Onafhankelijkheid Indonesië

Tijdens de jaren van Japanse bezetting zocht Soekarno toenadering met de Japanse overheerser. Hij was hoopvol dat de Japanners hem én het Indonesische volk welgezind waren. Deze samenwerking zou inderdaad de basis leggen voor Indonesische onafhankelijkheid. De Nederlandse overheersers waren voorlopig verdreven en Indonesisch nationalisme kon zonder hinder groeien.

De Japanse bezetting oorlog eindigde met de Japanse overgave op 15 augustus 1945. Twee dagen later, op 17 augustus, riep Soekarno de Indonesische onafhankelijkheid uit. Na het vertrek van de Japanners ontstond er een periode van chaos en onzekerheid over de toekomst van Indonesië. Geweld tussen verschillende bevolkingsgroepen hield Indonesië in zijn greep.

Nederland erkende de onafhankelijkheid van 17 augustus niet. Na de oorlog heerste in Nederland nog altijd de hoop om Nederlands-Indië in eer te herstellen. Nederland zag de onafhankelijkheid van 17 augustus als een Japans instrument. Soekarno was vanwege de samenwerking met Japan voor de Nederlandse regering een verrader, vergelijkbaar met een Nederlandse NSB’er.

Binnen Nederland zorgde de Indonesische onafhankelijkheid ook voor meningsverschillen. De vraag bestond of de onafhankelijkheidsbeweging wel onderdrukt moest worden. Een koloniale oorlog was duur, zeker voor een land in tijden van wederopbouw. Ondanks protesten werd de Indische kwestie té belangrijk gevonden om te negeren.

De oorlog duurde vier jaren en was bloederig. Indonesische strijdkrachten waren bewapend tijdens de Japanse jaren en waren niet bereid de onafhankelijkheid af te staan. Meerdere Nederlandse militaire acties volgden. Onder de noemer ‘politionele acties’ vonden er bloedbaden en misdaden plaats. Aan beide zijden kwamen duizenden om het leven.

In 1949 was de oorlog voorbij. Het waren de Verenigde Staten die de doorslag gaven. De nieuwe wereldmacht wenste geen koloniaal conflict in Oost-Azië. De Amerikanen vreesden een communistische opstand in Indonesië en zagen het conflict liever zo snel mogelijk beëindigd worden. Onder Amerikaanse druk erkende Nederland de onafhankelijkheid op 27 december 1949. Indonesië werd een onafhankelijk land binnen het Nederlandse koninkrijk, maar dit stelde in de praktijk niets voor. De volledige, formele, onafhankelijkheid van Republiek Indonesië vond plaats in 1956. Bron: IsGeschiedenis 

Uitroepen van de eenheidsstaat
Koningin Juliana ondertekende de overdracht van de soevereiniteit aan de Verenigde Staten van Indonesië. De eerste president werd Soekarno. Er komt een einde aan 350 jaar Nederlandse bestuurlijke en militaire aanwezigheid in de Indische archipel. Alleen Nieuw-Guinea blijft Nederlands bezit. De staatsvorm werd zodanig opgezet dat er veel macht kwam te liggen bij zestien deelstaten. Dit had Nederland afgedwongen om suprematie van Java over de buitengewesten te voorkomen. President Soekarno was hiermee met tegenzin akkoord gegaan. Op 17 augustus 1950 riep hij de eenheidsstaat Republiek Indonesië uit waarmee een einde kwam aan de federale structuur (de Verenigde Staten van Indonesië). In 1956 maakt de Indonesische regering ook een eind aan de unie met Nederland. Zij blijft zich inspannen voor de inlijving van Nieuw-Guinea bij Indonesië. Bronnen: Defensie en wikipedia

.

 

Na 1956 is daarom sprake van naturalisatie als men de Nederlandse nationaliteit wilde verkrijgen.

 

Van Nederlands onderdaan tot Nederlander

Professor René de Groot antwoordde ons het volgende:
‘Uw vader is in Nederlands Indië als Nederlands-onderdaan-niet-Nederlander geboren. Anders dan U schrijft, behoorde hij als ethnische Chinees niet tot de inheemse bevolking maar was hij een uitheemse Nederlands onderdaan. Ook Uw moeder kreeg deze positie door huwelijk. Als uitheems onderdaan kon hij opteren voor he t Nederlanderschap (Art.  5 Toescheidingsovereenkomst Nederland-Indonesie (TOI)). Het Nederlands onderdaanschap was ook een Nederlandse nationaliteit, zij het met minder rechten dan het Nederlanderschap. Dat verklaart het woord herkrijgen in de  verklaring en in art. 5 TOI.
Bij wet van 21 december 1951 werd bepaald, dat iedereen die krachtens de TOI aan Nederland werd toegescheiden het Nederlanderschap verwierf en wel met terugwerkende kracht vanaf 27 december 1949. Dat geldt ook voor Uw vader, nadat hij de Indonesische nationaliteit had verworpen. Uw moeder volgde de nationaliteitsrechtelijke positie van Uw vader (zij heeft vermoedelijk zelf geen verklaring hoeven tekenen) (art. 10 TOI). De minderjarige kinderen volgden eveneens de positie van hun vader.’ 
Dat had ik ook al elders gelezen, dat Chinezen tot de uitheemse bevolking behoorden. Maar de IND stelt heel duidelijk dat pa Hong in hun archieven staat als: tot groep C – Nederlandse onderdanen behorende tot de inheemse bevolking van Indonesië.
De verklaring waarover wordt gesproken in de brief van de IND is gedateerd: 2 augustus 1951. Prof. De Groot spreekt over de wet van 21 december 1951. Helemaal helder is het ons nog niet.

Naturalisatie definitief

Dit antwoord kwam heel snel:
‘Zowel uw vader als uw moeder hebben de Indonesische nationaliteit verworven bij de souvereiniteitsoverdracht op 27 december 1949. Op 2 augustus 1951 hebben zij de Indonesische nationaliteit verloren door verwerping (zie passage uit leerboek over het Nederlandse nationaliteit van  Prof mr. G.R. de Groot in de bijlage). 

Ten aanzien van uw moeder: een met een vreemdeling huwende Nederlandse vrouw verloor tot 1 maart 1964 haar Nederlandse nationaliteit. Vandaar dat zij op 2 augustus 1951 eveneens de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen door optie.’

Toch heel vreemd dat we dit nooit hebben geweten! Het klopt nu wel meer bij de herinnering van Lokje: dat er een echt feestje was bij de naturalisatie van zowel pa Hong als ma Ans: een dubbelfeest. Ma Ans haar nationaliteit terug en pa Hong een Nederlands paspoort.

Passage uit leerboek van De Groot

Naturalisatie antwoord Maastricht

Het Gemeente-loket Leven en registraties Maastricht heeft geantwoord op onze nationalisatievraag. Hun antwoord:
‘Sorry voor het verlate antwoord. Met interesse de website bekeken. Permitteert u mij een opmerking: PB00008 is geen adres, maar dat was het nummer van zijn persoonsbewijs.

Uw vader heeft op 2 augustus 1951 het Nederlanderschap verworven door optie. Overigens, maar dit geheel terzijde, uw moeder heeft op diezelfde datum het Nederlanderschap verworven door optie.

Nou ja, nou blijkt onze oer-Hollandse moeder van geboorte, haar Nederlanderschap te zijn kwijtgeraakt. Dat vraagt om nadere informatie!

Tjoe Lan Lim-Ko

Heel veel namen bij de foto’s uit de studiejaren in Leiden zijn door Tjoe Lan Lim-Ko aangeleverd. Voor we haar kenden, zeiden de foto’s ons helemaal nix. Toen kwam Han Go die ons weer in contact bracht met Tjoe Lan en daar kwamen de namen!

Hoe is dat mogelijk. Tijdens die Leidse jaren was Tjoe Lan namelijk nog maar een een klein meisje (geboren in 1935) . En daarna vertrok het gezin naar Bandoeng.

Ko Tjoe Lan, foto gemaakt door pa Hong

Toen ik haar ernaar vroeg antwoordde ze:
‘Ja ik was in de Leidse tijd nog klein. Maar later in Indonesia kwamen veel mensen altijd naar ons toe om mijn ouders te bezoeken. Mijn ouders waren in de Leidse tijd 1 van de oudsten.Wij woonden in Bandung  en het klimaat was aangenaam en er kwamen vrienden naar Bandung. uit Surabaia en Jakarta op vakantie en die logeerden soms bij ons. Tijdens de Japanse bezetting waren er geen voorleesboekjes te koop en gebruikte mijn moeder het fotoboek als verhalenboek .Zij kon goed vertellen. Zodoende.’ en voegt daar later nog aan toe:
‘Uiteindelijk kende ik de personen ook persoonlijk omdat ze in Bandung bij mijn ouders kwamen en ik uit mijzelf goed namen kan onthouden.’

Dank Tjoe Lan, dat je je kennis met ons wilt delen!