Categoriearchief: achtergrond informatie

Peranakans tussen drie werelden

Dat is interessant met terugwerkende kracht. Met Kerstmis 1990 gaven we aan pa Hong het boek van Leonard Blussé: Tribuut aan China: vier eeuwen Nederlands-Chinese betrekkingen,
Het raakte me te zien dat pa Hong het boek ook echt gelezen heeft. Hij heeft allerlei dingen onderstreept. We hebben het er helaas nooit over gehad.
De paragraaf die gaat over ‘de peranakans tussen drie werelden‘ is voor de geschiedenis van pa Hong met name interessant. Deze gaat nl. over de tijd van pa Hong zelf, over mensen die hij in Leiden kende uit de Chung Hwa Hui. Pa Hong vond dit zelf ook, gezien de vele onderstrepingen.
Een vraagteken staat bijvoorbeeld bij de zin waarin staat dat Tjan Tjoe Som……..’verkiezing tot voorzitter van de Chinese Studentenbond, de Chung Hwa Hui’.  Horen de vraagtekens bij de naam: studentenbond, terwijl het een vereniging was of bij de term voorzitter, waar altijd gesproken wordt over president. Of bij de naam Tjan Tjoe Som, die in 1945/1946 voorzitter/president was, dus na de tijd van pa Hong. Jammer genoeg zullen we het nooit weten.

Het boek van Blussé is de moeite waard, zeker ook de pagina’s 172 – 175 leren ons weer meer over het leven van pa Hong in Leiden. Er komen weer heel wat onderstreepte namen in voor. Misschien zijn deze mensen wel bij anderen bekend

Hopelijk vindt Blussé het goed dat ik deze vier pagina’s uit zijn boek heb gescand.

Leonard Blussé, 1989.

Onafhankelijkheid Indonesië in fasen

Wij denken nu te begrijpen hoe het zat met  de nationaliteit van pa Hong, vrouw en kinderen.
De onafhankelijkheid van Indonesië werd dan wel op 27 december 1949 door Nederland erkend: ‘Indonesië werd een onafhankelijk land binnen het Nederlandse koninkrijk, maar dit stelde in de praktijk niets voor’.
We veronderstellen dat het ‘nix voorstellen’ te maken had met de Nederlandse opstelling, wat doorklinkt in de IND-gegevens van pa Hong: ‘behorende tot groep C – Nederlands onderdanen behorende tot de inheemse bevolking van Indonesië.
Hoezo onafhankelijk land Indonesië? Volgens dezelfde IND-gegevens van Pa Hong ‘verwerpt [hij] de Indonesische nationaliteit’.

Onafhankelijk land, Indonesische nationaliteit, Nederlands onderdaan. Alles tegelijkertijd.

Wat een verwarrende tijden moeten het zijn geweest..
Als we nog een beloofde reactie van de IND hebben ontvangen  en hopelijk een antwoord op onze laatste vragen aan professor De Groot, zullen we de tekst definitief maken

Hieronder volgen nog enkele bronnen waaruit we hebben geput.

Onafhankelijkheid Indonesië

Tijdens de jaren van Japanse bezetting zocht Soekarno toenadering met de Japanse overheerser. Hij was hoopvol dat de Japanners hem én het Indonesische volk welgezind waren. Deze samenwerking zou inderdaad de basis leggen voor Indonesische onafhankelijkheid. De Nederlandse overheersers waren voorlopig verdreven en Indonesisch nationalisme kon zonder hinder groeien.

De Japanse bezetting oorlog eindigde met de Japanse overgave op 15 augustus 1945. Twee dagen later, op 17 augustus, riep Soekarno de Indonesische onafhankelijkheid uit. Na het vertrek van de Japanners ontstond er een periode van chaos en onzekerheid over de toekomst van Indonesië. Geweld tussen verschillende bevolkingsgroepen hield Indonesië in zijn greep.

Nederland erkende de onafhankelijkheid van 17 augustus niet. Na de oorlog heerste in Nederland nog altijd de hoop om Nederlands-Indië in eer te herstellen. Nederland zag de onafhankelijkheid van 17 augustus als een Japans instrument. Soekarno was vanwege de samenwerking met Japan voor de Nederlandse regering een verrader, vergelijkbaar met een Nederlandse NSB’er.

Binnen Nederland zorgde de Indonesische onafhankelijkheid ook voor meningsverschillen. De vraag bestond of de onafhankelijkheidsbeweging wel onderdrukt moest worden. Een koloniale oorlog was duur, zeker voor een land in tijden van wederopbouw. Ondanks protesten werd de Indische kwestie té belangrijk gevonden om te negeren.

De oorlog duurde vier jaren en was bloederig. Indonesische strijdkrachten waren bewapend tijdens de Japanse jaren en waren niet bereid de onafhankelijkheid af te staan. Meerdere Nederlandse militaire acties volgden. Onder de noemer ‘politionele acties’ vonden er bloedbaden en misdaden plaats. Aan beide zijden kwamen duizenden om het leven.

In 1949 was de oorlog voorbij. Het waren de Verenigde Staten die de doorslag gaven. De nieuwe wereldmacht wenste geen koloniaal conflict in Oost-Azië. De Amerikanen vreesden een communistische opstand in Indonesië en zagen het conflict liever zo snel mogelijk beëindigd worden. Onder Amerikaanse druk erkende Nederland de onafhankelijkheid op 27 december 1949. Indonesië werd een onafhankelijk land binnen het Nederlandse koninkrijk, maar dit stelde in de praktijk niets voor. De volledige, formele, onafhankelijkheid van Republiek Indonesië vond plaats in 1956. Bron: IsGeschiedenis 

Uitroepen van de eenheidsstaat
Koningin Juliana ondertekende de overdracht van de soevereiniteit aan de Verenigde Staten van Indonesië. De eerste president werd Soekarno. Er komt een einde aan 350 jaar Nederlandse bestuurlijke en militaire aanwezigheid in de Indische archipel. Alleen Nieuw-Guinea blijft Nederlands bezit. De staatsvorm werd zodanig opgezet dat er veel macht kwam te liggen bij zestien deelstaten. Dit had Nederland afgedwongen om suprematie van Java over de buitengewesten te voorkomen. President Soekarno was hiermee met tegenzin akkoord gegaan. Op 17 augustus 1950 riep hij de eenheidsstaat Republiek Indonesië uit waarmee een einde kwam aan de federale structuur (de Verenigde Staten van Indonesië). In 1956 maakt de Indonesische regering ook een eind aan de unie met Nederland. Zij blijft zich inspannen voor de inlijving van Nieuw-Guinea bij Indonesië. Bronnen: Defensie en wikipedia

.

 

Na 1956 is daarom sprake van naturalisatie als men de Nederlandse nationaliteit wilde verkrijgen.

 

Van Nederlands onderdaan tot Nederlander

Professor René de Groot antwoordde ons het volgende:
‘Uw vader is in Nederlands Indië als Nederlands-onderdaan-niet-Nederlander geboren. Anders dan U schrijft, behoorde hij als ethnische Chinees niet tot de inheemse bevolking maar was hij een uitheemse Nederlands onderdaan. Ook Uw moeder kreeg deze positie door huwelijk. Als uitheems onderdaan kon hij opteren voor he t Nederlanderschap (Art.  5 Toescheidingsovereenkomst Nederland-Indonesie (TOI)). Het Nederlands onderdaanschap was ook een Nederlandse nationaliteit, zij het met minder rechten dan het Nederlanderschap. Dat verklaart het woord herkrijgen in de  verklaring en in art. 5 TOI.
Bij wet van 21 december 1951 werd bepaald, dat iedereen die krachtens de TOI aan Nederland werd toegescheiden het Nederlanderschap verwierf en wel met terugwerkende kracht vanaf 27 december 1949. Dat geldt ook voor Uw vader, nadat hij de Indonesische nationaliteit had verworpen. Uw moeder volgde de nationaliteitsrechtelijke positie van Uw vader (zij heeft vermoedelijk zelf geen verklaring hoeven tekenen) (art. 10 TOI). De minderjarige kinderen volgden eveneens de positie van hun vader.’ 
Dat had ik ook al elders gelezen, dat Chinezen tot de uitheemse bevolking behoorden. Maar de IND stelt heel duidelijk dat pa Hong in hun archieven staat als: tot groep C – Nederlandse onderdanen behorende tot de inheemse bevolking van Indonesië.
De verklaring waarover wordt gesproken in de brief van de IND is gedateerd: 2 augustus 1951. Prof. De Groot spreekt over de wet van 21 december 1951. Helemaal helder is het ons nog niet.

Naturalisatie definitief

Dit antwoord kwam heel snel:
‘Zowel uw vader als uw moeder hebben de Indonesische nationaliteit verworven bij de souvereiniteitsoverdracht op 27 december 1949. Op 2 augustus 1951 hebben zij de Indonesische nationaliteit verloren door verwerping (zie passage uit leerboek over het Nederlandse nationaliteit van  Prof mr. G.R. de Groot in de bijlage). 

Ten aanzien van uw moeder: een met een vreemdeling huwende Nederlandse vrouw verloor tot 1 maart 1964 haar Nederlandse nationaliteit. Vandaar dat zij op 2 augustus 1951 eveneens de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen door optie.’

Toch heel vreemd dat we dit nooit hebben geweten! Het klopt nu wel meer bij de herinnering van Lokje: dat er een echt feestje was bij de naturalisatie van zowel pa Hong als ma Ans: een dubbelfeest. Ma Ans haar nationaliteit terug en pa Hong een Nederlands paspoort.

Passage uit leerboek van De Groot

Naturalisatie antwoord Maastricht

Het Gemeente-loket Leven en registraties Maastricht heeft geantwoord op onze nationalisatievraag. Hun antwoord:
‘Sorry voor het verlate antwoord. Met interesse de website bekeken. Permitteert u mij een opmerking: PB00008 is geen adres, maar dat was het nummer van zijn persoonsbewijs.

Uw vader heeft op 2 augustus 1951 het Nederlanderschap verworven door optie. Overigens, maar dit geheel terzijde, uw moeder heeft op diezelfde datum het Nederlanderschap verworven door optie.

Nou ja, nou blijkt onze oer-Hollandse moeder van geboorte, haar Nederlanderschap te zijn kwijtgeraakt. Dat vraagt om nadere informatie!

Tjoe Lan Lim-Ko

Heel veel namen bij de foto’s uit de studiejaren in Leiden zijn door Tjoe Lan Lim-Ko aangeleverd. Voor we haar kenden, zeiden de foto’s ons helemaal nix. Toen kwam Han Go die ons weer in contact bracht met Tjoe Lan en daar kwamen de namen!

Hoe is dat mogelijk. Tijdens die Leidse jaren was Tjoe Lan namelijk nog maar een een klein meisje (geboren in 1935) . En daarna vertrok het gezin naar Bandoeng.

Ko Tjoe Lan, foto gemaakt door pa Hong

Toen ik haar ernaar vroeg antwoordde ze:
‘Ja ik was in de Leidse tijd nog klein. Maar later in Indonesia kwamen veel mensen altijd naar ons toe om mijn ouders te bezoeken. Mijn ouders waren in de Leidse tijd 1 van de oudsten.Wij woonden in Bandung  en het klimaat was aangenaam en er kwamen vrienden naar Bandung. uit Surabaia en Jakarta op vakantie en die logeerden soms bij ons. Tijdens de Japanse bezetting waren er geen voorleesboekjes te koop en gebruikte mijn moeder het fotoboek als verhalenboek .Zij kon goed vertellen. Zodoende.’ en voegt daar later nog aan toe:
‘Uiteindelijk kende ik de personen ook persoonlijk omdat ze in Bandung bij mijn ouders kwamen en ik uit mijzelf goed namen kan onthouden.’

Dank Tjoe Lan, dat je je kennis met ons wilt delen!

naturalisatie en De Calonne

Dat is pas mooi. Dennis de Calonne heeft meteen gereageerd en ook nog ontzettend aardig. Hij zegt over onze site:
‘Wat een mooie en interessante website. Als ik weer eens tijd heb, zal ik het eens nader bestuderen.’

En dit schrijft hij over de naturalisatie van pa Hong:
‘Als hij in​derdaad onder de naam Kian Hong Tan is genaturaliseerd, zou hij in de database moeten voorkomen.

Voor de zekerheid heb ik ook in mijn primaire bron gezocht in het online archief van de Staten Generaal . Ook daar kan ik hem niet terugvinden.
Je zou verder onderzoek kunnen doen met behulp van deze onderzoeksgids van het Nationaal Archief.’
Dat laatste heb ik natuurlijk meteen gedaan. Daarin heb ik het mailadres gevonden van een zekere heer Rooijackers van de IND, die, zo blijkt uit de antwoordmail,  er op 26 april 2017 (vandaag dus) mee is opgehouden. Ik stuur de mail voor de zekerheid door naar zijn opvolger Jurgen Pauwels. De afdeling van deze heren kan in de bestanden van naturalisaties van na 1950 moet kunnen kijken. Benieuwd of daar iets uitkomt!

naturalisatie verder

Ooit komen we er wel uit. Van Maastricht nog nix gehoord, ook niet via het emailadres dat ik vond in de
DATABASE GELIJKSTELLINGEN, TOEPASSELIJKVERKLARINGEN EN NATURALISATIES NEDERLANDS-INDIÀ EN INDONESIÀ
Door D.M. de Calonne en Tj. Schillhorn van Veen.

Yap Kioe Bing had ons hierop gewezen. In het boek dat hij schreef over zijn vader*, licht hij ook een tipje op van de sluier van de naturalisatie. Hij schrijft:

‘Op 12 juni 1936 behaalt mijn vader zijn einddiploma voor de hbs en op 4 juli tekent hij een verklaring van ingezetenschap die hij nodig heeft om in Nederland te gaan studeren.’ (p.53)

*Yap Kioe Bing: Mijn vader uit Semarang, derde druk februari 2014.

Zou pa Hong dan ook een verklaring van ingezetenschap hebben getekend? Ingezetene van wat? Er blijven genoeg vragen, we werken eraan 🙂

Kioe Bing voegt er later in een mail nog aan toe:
‘De verklaring van ingezetenschap is getekend door de assistent-resident  en deze verklaart dat de persoon in Nederlandsch-Indie is geboren uit aldaar gevestigde ouders’.

naturalisatie pa Hong

Nog steeds op zoek naar de feiten achter de naturalisatie van pa Hong. Gemeente archief Maastricht benaderd, nog geen antwoord. In het trouwboekje van pa Hong en ma Ans staat ook geen nationaliteit genoemd. Alleen dat pa Hong in ‘Indonesië (N.I.)’ geboren is.

Nog een leuk weetje gevonden op Wikipedia
‘De eerste Peranakan-Chinezen kwamen in de eerste jaren van de twintigste eeuw naar Nederland om te studeren. Voor de Eerste Wereldoorlog studeerden ongeveer 50 peranakan studenten in Nederland, en in de jaren 20 en 30 groeide hun aantal tot een jaarlijks gemiddelde van ongeveer 150 personen. Velen volgden een rechtenstudie aan de Universiteit Leiden, maar ook medicijnen in Amsterdam, technische studies in Delft en economie in Rotterdam waren populair.

In 1911, richtten peranakan studenten de Chinese vereniging Chung Hwa Hui (CHH) op, in navolging van Tiong Hoa beweging in Nederlands-Indië en de opkomst van de Kwomintang in China. Kennelijk voelden zij zich niet aangetrokken tot de Indische Vereeniging die drie jaar daarvoor was opgericht. De CHH zag het als haar taak om de Chinese studenten op te vangen, en om gezelligheid en eventueel financiële en praktische steun te bieden. In elke grote universiteitsstad was een afdeling en er waren diverse subcommissies.[2]

In de periode 1945-1959 vestigde zevenentwintig procent van de Indonesische Peranakan-Chinezen zich in Nederland. In de periode 1960-1969 achtenveertig procent en in de periode 1970-1979 tweeëntwintig procent. Slecht drie procent kwam in de jaren tachtig naar Nederland.

De oudere generatie Peranakan-Chinezen in Nederland gekenmerkt zich door het hoge opleidingsniveau. Zij kwamen uit families die vóór de onafhankelijkheid van Indonesië zeer rijk waren. Alleen de rijkere Peranakan-Chinezen konden de reis naar Nederland betalen. Meer dan de helft heeft een hogere of universitaire opleiding genoten, terwijl vijfenveertig procent van hen een middelbare opleiding achter de rug heeft. Het percentage mannen met een hogere of universitaire opleiding is met eenenzeventig procent aanzienlijk hoger dan bij de vrouwen (33%). Dit is zeer hoog vergeleken met autochtone Nederlanders. Bij de oudere autochtone Nederlanders heeft een derde van de mannen en ruim de helft van de vrouwen niet meer dan een lagere schoolopleiding gevolgd.’